Overslaan naar inhoud

Steun of NIMBY?

Analyse Kabinetsreactie EU Tech Soeveregnty Package.

Steun of NIMBY? 

Op vrijdag 26 juni 2026 stuurde staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit het BNC-fiche over de Cloud and AI Development Act naar de Eerste- en Tweede Kamer. Relevant want in dit document staat wat de Nederlandse inzet is voor de onderhandelingen in Europa over dit onderwerp. Deze inzet wordt later dit jaar ook nog besproken in de Tweede Kamer. 

Uit het stuk wordt duidelijk dat Nederland zich inhoudelijk achter de Europese strategie schaart. De ambitie om de Europese datacentercapaciteit fors uit te breiden wordt breed onderschreven. Datacenters worden gezien als een essentiële schakel in de Europese technologieketen, naast halfgeleiders, cloudsoftware en AI. 


Inhoud Cloud And AI Development Act (CADA).

Een belangrijk onderdeel in van het Europese plan is om de de datacentercapaciteit snel uit te breiden. Hiervoor is het volgens de Europese Commissie noodzakelijk om vergunningsprocedures voor datacenters efficiënter te maken. Zo wil de Europese Commissie dat iedere lidstaat (dus ook Nederland) minimaal één datacenter-versnellings zone aanwijst - mede om de geografische spreiding van datacenters binnen Europa te vergroten -, vergunningsaanvragen binnen 12 maanden afhandelt via een geaggregeerde basisvergunning en hiervoor een centraal loket instelt.  


infographic CADA


Reactie van het kabinet

Het Nederlandse kabinet steunt op hoofdlijnen de ambitie voor méér Europese datacenters, maar wil niet dat de Europese Commissie nationale bevoegdheden over ruimtelijke ordening en vergunningverlening overneemt én stelt dat de door de Europese Commissie gekozen rechtsgrondslag een verkeerde is. Het kabinet “verwelkomt de intentie van de Commissie om de uitrol van datacentercapaciteit in de EU te versnellen en de geografische spreiding te verbeteren”, maar “heeft twijfels bij de proportionaliteit en de voorgestelde maatregelen en systematiek”. 

Het kabinet heeft bijvoorbeeld vragen over het voorstel om elke lidstaat te verplichten één datacenterversnellingzone aan te wijzen. Want wat als een lidstaat al een hoge datacenterconcentratie heeft? Nederland stelt ook vragen over de waarborgen voor meer geografische spreiding. Moeten lidstaten met minder capaciteit bijvoorbeeld grotere zones aanwijzen? Ook uit Nederland de zorg dat “lidstaten waar datacentercapaciteit in de EU op dit moment geografisch geconcentreerd is, worden belast met verplichtingen die niet bijdragen aan het beoogde doel van de Commissie”. Hier lijkt het kabinet aandact te willen vragen voor de bijzondere positie die Nederland nu, als land met een sterke concentratie en weinig ruimte voor nog meer datacenters, nu heeft. 

Ook vraag het kabinet meer duidelijkheid over de criteria voor het aanwijzen van de versnellingszones en de rol voor mede-overheden daarin. Men vreest dat er door onduidelijk criteria rechtsongelijkheid ontstaat. 

Het is positief dat het kabinet de aanbeveling aan de Europese Commissie doet om "te verkennen of het mogelijk is om voorwaarden als duurzaamheid en stabiliteit van het energienet of het bijdragen aan digitale open strategische autonomie door het dienen van publiek belang als verplichtende voorwaarde gesteld kan worden". Daarnaast heeft  Nederland kritische opmerkingen over de voorstellen voor het versnellen van de vergunningverlening en het in te richten centrale informatiepunt. Nederland lijkt hier geen noodzaak voor te zien.  

Ook vindt het Kabinet dat de bepalingen over specifiek de datacenter-versnellingszones niet thuishoren onder de rechtsgrondslag voor de interne markt (artikel 114 VWEU). Volgens het kabinet is de afweging waar in het land een datacenter gebouwd wordt, meer een ruimtelijke en milieukundige afweging en is artikel 192 VWEU (milieu) een betere grondslag. Kort gezegd geeft Artikel 114 de Europese Commissie meer doorzettingsmacht dan artikel 192. 

Met dit voorstel lijkt Nederland meer zeggenschap te willen behouden en zelf kunnen bepalen hoe de groei van datacentercapaciteit in Nederland georganiseerd wordt. Of dit standpunt alleen principieel juridisch is ingegeven of voortkomt uit de huidige schaarste voor datacenter projecten wordt niet duidelijk. 

Reactie NSDC.

De reactie van het kabinet is overwegend positief,  maar ook wat onduidelijk over de feitelijke inzet en ambitie van het Nederlandse kabinet. Nederland steunt de Europese ambitie om de datacentercapaciteit snel uit te breiden maar lijkt daarbij vooral te kijken naar uitbreiding van de capaciteit buiten de eigen landsgrenzen. 

Nergens in het stuk geeft het kabinet aan of het voornemens is een versnellingszone aan te wijzen of expliciet te willen kiezen voor het bestemmen van de nog beschikbare ruimte voor soevereine datacenters. Wel vraagt het de commissie om te verkennen of criteria voor het aanwijzen van versnellingszones een verplichtend karakter kunnen krijgen. Dat zou het kabinet scherpere kaders kunnen bieden om strengere eisen aan projecten of vergunningenhouders te stellen. Bijvoorbeeld op het gebied van soevereiniteit.  

Met betrekking tot de datacenter versnellingszones zet het kabinet vooral uiteen hoe het juridisch anders moet, maar geeft niet aan hoe een andere rechtsgrondslag leidt tot de beoogde verdrievoudiging van de datacentercapaciteit. Ook komt Nederland niet met alternatieve ideeën voor governance of instrumentarium. Zo lijkt men te hinken op twee gedachten, wel versnellen maar liefst niet, of zo weinig mogelijk, in Nederland.   

Vanuit het perpectief van schaarste wellicht begrijpelijk, maar het kabinet laat wel een kans na om zich uit te spreken over de eigen ambities. Hopelijk volgt dit in de Datacenterstrategie die later dit jaar moet verschijnen. 

NSDC roept het kabinet daarbij op om scherpe keuzes te maken. Kijk voor de beschikbare ruimte die er nog is naar het eigendom van de datacenters. Want schaarse energie en andere grondstoffen omzetten in digitaal verdienvermogen voor Nederland is een uitstekende strategie. Maar dan moeten we die energie wel inzetten voor activiteiten die hier maximale economische en strategische waarde creëren. 

Sinds de opkomst van het internet hebben we dat onvoldoende gedaan. Nederland bouwde mee aan de wereldwijde digitale infrastructuur, maar anderen gingen er met een groot deel van de opbrengst vandoor.   

Dat kunnen we niet terugdraaien, maar we moeten er wel van leren!


Moet Europa datacenters voor Amerikaanse AI bedrijven gaan bouwen? Reactie NSDC op uitspraken Stan van Baarsen in FD