Amsterdam
28 juli 2026
Aan: Provincie Noord-Holland
Algemeen
NSDC spreekt waardering uit voor de ontwerp-Omgevingsvisie Noord-Holland. De visie erkent terecht dat digitale infrastructuur een essentiële randvoorwaarde vormt voor economische ontwikkeling, maatschappelijke weerbaarheid en Europese strategische autonomie. Positief is dat de provincie digitale infrastructuur expliciet benoemt als onderdeel van haar toekomstbestendige economie en als een strategisch belang voor Noord-Holland, Nederland en Europa.
NSDC onderschrijft in het bijzonder de constatering dat:
- digitale infrastructuur cruciaal is voor vitale processen;
- datacenters en internationale connectiviteit een fundament vormen onder de digitale economie;
- geopolitieke ontwikkelingen vragen om meer controle over data en digitale infrastructuur;
- Noord-Holland een sleutelpositie heeft door haar concentratie van datacenters, internetknooppunten en zeekabelverbindingen.
Tegelijkertijd constateert NSDC dat de visie op een aantal onderdelen versterkt kan worden om zo beter aan te sluiten bij de ambities die Europa en Nederland momenteel ontwikkelt rondom technologische soevereiniteit, AI, cloudinfrastructuur en de voorgenomen European Cloud and AI Development Act (CADA). Hiertoe doen we de volgende aanbevelingen:
1. Maak digitale infrastructuur expliciet onderdeel van de provinciale strategie voor Europese technologische soevereiniteit.
De visie benoemt terecht dat nieuwe datacenters ruimte kunnen krijgen wanneer zij bijdragen aan Europese soevereiniteit.
NSDC stelt voor deze ambitie verder uit te werken. Momenteel blijft onduidelijk:
- wat de provincie precies verstaat onder “bijdragen aan Europese soevereiniteit”;
- welke typen digitale infrastructuur prioriteit krijgen;
- hoe deze afweging zich verhoudt tot andere ruimteclaims.
Dat is noodzakelijk om op termijn ook de juiste keuzes te kunnen maken en deze juridisch te onderbouwen. Dit alles ook in het licht van de plannen van de Europese Commissie. Deze werkt momenteel aan een strategie om de Europese digitale infrastructuur, cloudcapaciteit, AI-capaciteit en datacentercapaciteit substantieel uit te breiden. Noord-Holland heeft als grootste digitale hub van Nederland een unieke uitgangspositie om hierin een leidende rol te spelen.
NSDC adviseert daarom om in de visie expliciet op te nemen dat Noord-Holland:
- wil bijdragen aan de ontwikkeling van een Europese soevereine digitale infrastructuur;
- ruimte wil bieden aan infrastructuur die aantoonbaar bijdraagt aan Europese digitale autonomie;
- de ontwikkeling van Nederlandse en Europese cloud-, AI- en datacentercapaciteit als strategisch economisch belang beschouwt.
Op die manier wordt actief een koppeling gelegd tussen het provinciale beleid en de Cloud And Development Act waarin wordt gestuurd om het selectiever bestemmen van nog beschikbare ruimte voor soevereine datacenters.
2. Differentieer tussen datacenters op basis van maatschappelijke en strategische waarde.
De ontwerpvisie spreekt over “een selectief datacenterbeleid”, maar geeft niet aan hoe deze selectiviteit wordt ingevuld. NSDC adviseert daarom om niet langer uitsluitend te sturen op het type functie (datacenter), maar vooral op de maatschappelijke en strategische bijdrage.
Daarbij kan onderscheid worden gemaakt tussen:
- datacenters die vitale digitale infrastructuur en/of Europese cloud- en AI-capaciteit faciliteren;
- datacenters die bijdragen aan Nederlandse of Europese digitale soevereiniteit en primair NL/EU klanten bedienen;
- datacenters die hoofdzakelijk internationale capaciteit bedienen zonder aantoonbare bijdrage aan Nederlandse of Europese beleidsdoelen.
Voor deze kaders is regie vanuit de Rijksoverheid en Europese Commissie nodig. Het is dan ook aan te bevelen om hier vanuit de provincie expliciet om te blijven vragen.
3. Reserveer ontwikkelruimte voor soevereine digitale infrastructuur.
Eerder heeft NSDC al gewezen op het risico dat de beperkte beschikbare ruimte op het gebied van datacenters in Nederland bijna volledig wordt benut door niet-Europese aanbieders.
De ontwerpvisie erkent dat:
- ruimte, energie en water schaars zijn;
- datacenters een belangrijke rol spelen voor strategische autonomie;
- uitbreiding alleen mogelijk is binnen bestaande clusters.
NSDC stelt voor om binnen de bestaande clusters expliciet ontwikkelruimte te reserveren voor digitale infrastructuur die aantoonbaar bijdraagt aan Nederlandse en Europese technologische soevereiniteit.
Zonder dergelijke reservering bestaat het risico dat toekomstige capaciteit niet beschikbaar is voor Nederlandse en Europese initiatieven op het gebied van cloud, AI en dataopslag.
4. Koppel energie-infrastructuur en digitale infrastructuur explicieter aan elkaar.
De visie benoemt terecht dat nieuwe datacenters bij voorkeur worden ontwikkeld nabij energieknooppunten en dat de afweging plaatsvindt binnen de beschikbare energiecapaciteit. NSDC ondersteunt deze benadering.
Tegelijkertijd vraagt NSDC aandacht voor het feit dat digitale infrastructuur inmiddels een basisvoorziening is geworden, vergelijkbaar met energie-, transport- en telecominfrastructuur.
Daarom verdient digitale infrastructuur ook een expliciete positie binnen de provinciale afweging rond:
- netuitbreidingen;
- energiehubs;
- warmte-infrastructuur;
- vestigingsbeleid voor strategische economische activiteiten.
De ontwikkeling van AI, cloud en digitale dienstverlening zal de komende jaren sterk afhankelijk zijn van tijdige beschikbaarheid van energiecapaciteit.
5. Verbind innovatiebeleid, AI-beleid en digitale infrastructuur sterker.
De ontwerpvisie legt terecht een relatie tussen datacenters, AI-ontwikkeling en innovatieclusters. NSDC adviseert deze koppeling verder te versterken.
AI-capaciteit, rekenkracht, datacenters, cloudvoorzieningen en kennisinstellingen vormen steeds meer één geïntegreerd ecosysteem. De recente studie naar de mogelijkheden voor een Tech Corridor laten zien dat er grote kansen liggen als we bestaande provinciale hubs met elkaar verbinden.
Daarom zou de provincie expliciet kunnen opnemen dat digitale infrastructuur een randvoorwaarde vormt voor:
- AI-ontwikkeling;
- kennisintensieve bedrijvigheid;
- innovatieclusters;
- toekomstige productiviteitsgroei.
En daarmee een integraal onderdeel is voor de verdere economische ontwikkeling en welvaart in de provincie.
6. Versterk het beleid rond zeekabels.
NSDC is positief dat de provincie expliciet aandacht besteedt aan de veroudering van bestaande zeekabelverbindingen en het belang van nieuwe aanlandingen onderkent.
Gegeven het strategische belang van internationale connectiviteit adviseert NSDC om:
- zeekabels expliciet als vitale infrastructuur te kwalificeren;
- toekomstige aanlandingslocaties ruimtelijk te beschermen;
- actief samen te werken met Rijk en Europese instellingen om nieuwe soevereine verbindingen naar Noord-Holland te faciliteren.
- Bij de aanleg voor energie-infrastructuur mogelijkheden te verkennen voor gelijktijdige aanleg van zeekabels om zo overlast te verminderen en kosten te besparen.
Nieuwe soevereine zeekabels zijn een noodzakelijke voorwaarde om de concurrentiepositie van de Nederlandse digitale economie te behouden.
Conclusie.
NSDC ondersteunt de koers van de provincie Noord-Holland om digitale infrastructuur te erkennen als een strategisch belang voor economische ontwikkeling, maatschappelijke weerbaarheid en Europese autonomie.
Om deze ambitie daadwerkelijk waar te maken, adviseert NSDC de provincie om de visie aan te scherpen door:
- digitale infrastructuur expliciet te positioneren binnen de Europese strategie voor technologische soevereiniteit;
- onderscheid te maken tussen datacenters op basis van strategische (toegevoegde) waarde;
- ontwikkelruimte te reserveren voor Nederlandse en Europese digitale infrastructuur;
- energie- en digitale infrastructuur integraal te benaderen;
- de relatie tussen AI, innovatie en digitale infrastructuur explicieter uit te werken;
- het beleid rond zeekabels verder te versterken.
Hiermee kan Noord-Holland haar positie als belangrijkste digitale toegangspoort van Nederland behouden én bijdragen aan de versterking van de Europese digitale autonomie en het toekomstige verdienvermogen van Nederland en Europa.